Home Amsterdam Expats zijn de nieuwe yuppen

Expats zijn de nieuwe yuppen

598
1
DELEN

De expats zijn de nieuwe yuppen, de nieuwe hipsters, ofwel de nieuwe verguisde groep in de stad. Ze zijn zo langzamerhand uitgegroeid tot het symbool van alles wat mis is op de Amsterdamse woningmarkt.

Na de vreugde over de komst van het Europese Medicijnagentschap EMA naar Amsterdams, volgden direct de vragen en kanttekeningen: kan de stad zoveel expats wel aan? Bij EMA werken zo’n 900 ambtenaren, waarvan een groot deel in de stad zal willen wonen. Welke gevolgen heeft de komst van zo’n grote groep goedverdienende expats voor de stad, vroeg raadslid Erik Flentge aan het gemeentebestuur. Ook elders kwamen criticasters aan het woord. Expats verdringen Amsterdammers op de woningmarkt, ze zorgen voor hogere prijzen in de horeca en het is hier al zo druk, zo luiden, kort samengevat, de bezwaren. Ze zijn symbool van het ‘grote geld’ dat de stad overneemt, zo vreest met name de SP.

Expats vormen de snelstgroeiende bevolkingsgroep

Natuurlijk, er is iets wezenlijks aan de hand. De stad verandert razendsnel en expats spelen hierin een grote rol. Ze zijn de snelstgroeiende Amsterdamse bevolkingsgroep. Het aantal werknemers uit India, Amerika, Engeland, China en Rusland zal de komende jaren flink toenemen. Ze willen hier wonen, hun kinderen gaan naar school en ja, ze gaan waarschijnlijk vaker naar een restaurant dan wij.

De druk op de huizen- en horecaprijzen zal inderdaad toenemen.

Is dat een reden Amsterdam af te sluiten voor werknemers uit andere landen? Natuurlijk niet. Wat voor stad zou Amsterdam zijn zonder expats? Een stad heeft mensen van buiten nodig, die zorgen voor vernieuwing, dynamiek, elan, internationale allure. Het gaat vaak om mensen die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet te vinden zijn. Ze zijn, kortom, broodnodig.

 

Bovendien is Amsterdam door de eeuwen heen een migratiestad. We herbergen zo’n 170 nationaliteiten. De afgelopen decennia kwamen Marokkanen, Turken, Surinamers, Antillianen naar de stad en zij vormen nog de grootste groepen ‘niet-westerse migranten’. En daarvoor kwamen Indonesiërs en nog vroeger Franse Hugenoten. En hoeveel Brabanders telt de stad wel niet? In mijn appartementenblok ben ik al jaren de enige Ajax-fan, omgeven door PSV’ers en aanhangers van Twente, die in Amsterdam wonen en werken. Ook dat hoort bij een open stad.

Expats horen bij Amsterdam.

 

bevolking Amsterdam
Amsterdamse bevolking verandert, bron: OIS

Maar de, veelal kapitaalkrachtige expat, levert ook handel op. En dus storten beleggers zich op de huizenmarkt om woningen op te kopen en voor veel geld te verhuren aan buitenlandse werknemers. En dus verhogen horecatenten hun prijzen. Amsterdam moet deze ontwikkelingen te lijf gaan. Meer huizen bouwen, opdat we deze expats kunnen huisvesten zonder oorspronkelijke bewoners te verdringen, zorgen dat beleggers niet massaal huizen opkopen en vertimmeren tot lucratieve expatwoningen.

De ontwikkelingen gaan snel en niet iedereen kan die volgen, dat is logisch. En dus wijzen ontevreden Amsterdammers naar groepen die in hun ogen symbool staan voor deze, in hun ogen, ongewenste veranderingen van de stad: yuppen, bakfietsouders, hipsters hebben al veel te verduren gehad. Nu zijn de aan de beurt. Ik zou zeggen: laten we ook goed voor hen zorgen.

 

1 REACTIE

  1. Maar wie zijn dan tegenwoordig “expats”? Ik zag op de gemeente website laatst ook al een helemaal nog niet geduid woord als “internationals”, dus nog nietszeggender. Ook voor het woord “expat” is geen eensluidende definiering vastgesteld, op basis waarvan metingen worden gedaan, zodat allerlei beweringen door gedegen cijfers gestaafd en beargumenteerd kunnen worden. In mijn jeugd waren “expats” bijvoorbeeld werknemers van grote bedrijven zoals Shell die relatief korte tijd gestationeerd werden in een vestiging in een land buiten hun eigen land. Nederlandse ‘expats’ in de kennissenkring wonen dan ook steeds in een ander buitenland. Dat kan varieren van enkele maanden tot een beperkt aantal jaren. Hun kinderen gaan daarom naar internationale scholen. Tijd investeren in het leren van de taal en cultuur van de verschillende landen waar zij verblijven, daarvan deel uitmaken, wordt van hen niet verwacht, ook al proberen sommigen dat wel een beetje te doen. Toen ons gezin van kleur zich vanuit een (inmiddels) voormalige Nederlandse kolonie hier vestigde, zag niemand (noch de overheden, noch de autochtone Nederlanders, noch andere “expats”) ons als gelijk of gelijkwaardig aan de Amerikaanse, Duitse en Franse expats hier. Dat waren de “buitenlanders” die dezelfde luxe motels en gemeubileerde flatgebouwen bewoonden waar ons gezin de eerste jaren van ons Nederlandse verblijf woonden. Zij waren gewenst. Wij niet. Ook wij waren hier omdat de kostwinner, mijn vader, was aangetrokken door een groot Nederlands bedrijf dat zijn gespecialiseerde, schaarse expertise en ervaring nodig had. Ik geloof dat wij achteraf passen in de grafieken van de westerse “brain-drain” van de derde wereld. In de eerder gehanteerde definiering behoorde ons gezin net zo goed tot de expats, maar het element huidskleur en koloniaal denken deelde ons ergens anders in. En wij spraken natuurlijk de taal, zij het waarschijnlijk met een accent dat na jaren is weggesleten, dat zelfs met (verplichte) spraaklessen na schooltijd afgeleerd moest worden. In de tijd waarin wij aankwamen, trokken Nederlandse bedrijven veel arbeidskrachten aan uit landen als Turkije. Alleenstaande mannen die in speciaal in een weiland opgetrokken barakken woonden, en in stapelbedden sliepen. Zo was het althans in één van de plaatsen waar wij gewoond hebben. Vergelijkbare barakken waren ooit ook in Nederland neergezet voor Molukkers en Indische Nederlanders(Indo’s) die hier al lang en breed gevestigd waren op het moment dat wij uit het vliegtuig stapten. Zij kwamen uit een andere (voormalige) kolonie, en hun verdrietige migratiegeschiedenis, en de schaamtevolle bejegening in Nederland door overheden én een deel van de Nederlandse bevolking mag inmiddels genoegzaam bekend zijn. Indo’s zijn geen Indonesiers. Het is pijnlijk om in allerlei oppervlakkige artikelen of kwinkslagen van politici achteraf al deze groepen “van buiten” over één en dezelfde luxe kam als de echte expat te zien scheren. Hiermee wordt veel van de pijnlijke geschiedenis weggewassen. Zij uit de voormalige kolonien, de vluchtelingen, de gastarbeiders en hun families, “Europese buitenlanders” met een minimum tot modaal salaris die zich hier gedwongen of op eigen kracht geleidelijk een stabiel plekje veroverd hebben,door hebben gezet, hebben geslikt, hun mond opendeden, ook nog verplicht of onverplicht de taal hebben geleerd, uitgelachen werden om hun accent, zij die deel zijn gaan uitmaken van de gemeenschap, ik groet hen met veel respect. Zij die in alle opzichten in een gespreid bedje komen in een stad waar de grond onder hun expatvoetjes wordt gekust door de stads(deel)besturen en de vastgoedwereld, zij die geen echte kracht, vechtlust of liefde voor de stad laten zien, zichzelf buitensluiten en isoleren, juist die groep mag van mij beginnen in barakken of een “expatcompound” buiten de stad, voor mijn part met zijden lakens in de stapelbedden, maar wel met een verplichte cursus Nederlandse taal, cultuur en geschiedenis, mét examen natuurlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here